Lyts Ysbrechtum

Bron: LC 9-7-2018

Achter het huis van Jantine Nauta in Ysbrechtum ligt een stukje land, het Tamminga-lân. Hier staan borden langs het pad met daarop de coupletten van het Doarpsliet fan Ysbrechtum, geschreven door Douwe Tamminga. “Hy hat in skofke yn Ysbrechtum wenne, mien ik.”
Deze zin wijst daar al op: “as de opfeart winters wurdt in glêd baan / dan wol ik myn doarpke foar gjin oaren jaan”. Dorpsgenoot Theo Wiersma kan dat bevestigen. Hij kwam in 1981 in Ysbrechtum wonen. “Toen bestand de tekst al.” Tamminga schreef het op een Duits lied, maar dat vond Wiersma niet zo passen. Hij componeerde een meer romantische melodie, met goedkeuring van Tamminga. “Hij vond het mooi dat het zo helemaal een product van Ysbrechtumers was”.
Nauta vind het een mooi lied. Elk couplet verwijst naar elementen uit het dorp. Ze citeert:”Dêr ‘t in grêft him slingert om âld Epema / en de bern noch boartsje en al ‘wille ha.”
Ze kan niet goed zingen, bekent ze, maar de tekst spreekt haar aan. Elke keer als ze door het Tamminga-lân wandelt, leest ze de coupletten opnieuw. Het doet haar deugd dat Tamminga over Ysbrechtum heeft geschreven, “Ik ken oars gjin gedichten oer ús doarp.”
Tamminga was lange tijd verbonden aan de Fryske Akademy, waar hij meewerkte aan het Fries woordenboek. Hij werkte ruim twintig jaar mee aan het blad De Tsjerne en vertaalde werk van Hans Christiaan Andersen, Edgar Ellen Poe en Dylan Thomas in het Fries. Eenmaal op leeftijd verhuisde Tamminga naar Leeuwarden, waar hij overleed. Hij ligt in buurtschap Tjalhuzum begraven, evenals zijn vrouw en zoon, die als student in Amsterdam overleed.
Zijn bekendste dichtbundel In Memoriam gaat over dit verlies van zijn zoon.
Als eerbetoon aan de dichter Tamminga is in 2013 de Douwe Tammingapriis in het leven geroepen, een Fries-literaire prijs voor debutanten.

Reacties zijn gesloten.