Toneeloverdenking van Janke Cnossen

“Tekst!”

“Tekst” is het codewoord voor de souffleuse (Anneke) om in actie te komen: de speler weet eventjes niet wat hij moet zeggen en roept om hulp. Hoe kan dat nou, dat je thuis je tekst hebt geoefend en er zeker van bent dat je die kent, maar vervolgens op het toneel bepaalde momenten niet weet wat je moet zeggen. Volgens mij zijn daar de volgende oorzaken voor  te noemen:

  • Je tegenspeler heeft niet precies zijn tekst gezegd, waardoor jij het bepaalde woord van haar of hem mist (de link) en daarvan even van slag raakt.
  • Faalangst: oeh, een lastig deel van de conversatie, als ik dat maar niet vergeet! Sommigen zeggen bij voorbaat tegen de souffleuse “zet daar maar een vette streep onder”  of  “ noteer daar a.u.b. een groot kruis” in de hoop dat de souffleuse automatisch in actie komt tijdens de uitvoeringen. De souffleuse , met jaren ervaring, vertelde me laatst evenwel dat juist díe passages bij de uitvoering wel goed gaan, maar dat er soms andere teksten ineens mis gaan..
  • Concentratieverlies, dat kan optreden na een pittige werkdag, waardoor je hoofd moe is. Of je wordt afgeleid door de mannen van ljocht en lûd (Dirk, Hans, Wytse) die de muziek en de lampen uitproberen tijdens een repetitie. Of je bent een attribuut vergeten klaar te zetten, wat je uit de concentratie haalt. Of je hebt in de privésfeer een zorgelijke tijd.
  • Perfectionisme kan er ook voor zorgen dat je er tijdelijk niet met de kop bij bent. Je wilt het zo goed mogelijk doen, je wilt de tekst letterlijk zeggen zoals die in het boekje staat. Je hebt de lat zo hoog voor jezelf gelegd, dat een onbeduidend foutje als heel groot wordt ervaren waardoor je juist je héle tekst mist (heeft uiteraard een relatie met het punt Faalangst).
  • Je hebt je eigen leervermogen verkeerd ingeschat: terwijl het thuis goed ging om de tekst met behulp van het boekje goed te weten, kan het op het toneel toch niet uit de verf komen, doordat je bijv. tegelijk je looproute moet uitvoeren, ergens op een bepaald moment moet gaan zitten of juist de plek van de spotlight moet opzoeken voor je monoloog.
  • Herhaaldelijk een bepaalde passage vergeten zorgt voor stress, die uiteindelijk kan uitmonden in een black-out. Als dit zich voordoet, kan een souffleuse nog zo hard achter het gordijn de tekst zitten roepen, het helpt weinig tot niets. Een black-out is iets waar geen enkele toneelspeler naar uitziet.
  • De sociale druk van de andere toneelspelers om je tekst vooral goed te zeggen, kan er voor zorgen dat je het juist soms niet weet (heeft natuurlijk een relatie met perfectionisme en stress).
  • Te weinig zelfvertrouwen. Dit kan ontstaan als je niet zeker bent over de invulling van je rol. Je denkt dan meer aan hóe je je rol moet spelen, dan aan je tekst. Het helpt enorm als je medespelers of de regisseur (Jan Eekma) bemoedigende woorden tegen je zegt, wat bij ons gelukkig regelmatig gebeurt!

Wij als amateurtoneelspelers (Johannes, Jinke, Ankie, Meiny, Jeltje en Janke) proberen met 100% inzet een  goed en acceptabel toneelspel  op de planken te brengen (23 en 24 januari 2015), ik als amateur psychoanalyticus heb geprobeerd zo goed mogelijk de psychische processen van die toneelspelers weer te geven.

We zijn positief ingesteld en gaan er vanuit dat géén van bovenstaande oorzaken zich zal voordoen tijdens de uitvoeringen! Kom kijken en overtuig u zelf, dan hebben we na afloop vast interessant borrelpraat.

Tot ziens, Janke Cnossen.

Reacties zijn gesloten.